Handige websites voor thuis:

rekenen:

Lezen:



Groep 5 - Woordpakketten 1 t/m 40

 
Woordpakket 1
de blokfluit
de boomhut
de brandweer
het buurthuis
de feestmuts
de handdoek
de handtas
de puntmuts
het straatfeest
de strandbal
de vetvlek
het vloerkleed
de voorkant
de voorruit
de washand

Woordpakket 2
de busrit
het haarlint
ijskoud
de jachthond
de kerstboom
de marktkraam
het schepnet
de schildpad
de schoenmaat
de sportschoen
het  vliegveld
de voetstap
het zakgeld
de zeehond
de zeilboot


Woordpakket 3
blauwe
de deksel
de keizer
kleine
korte
het meisje
mooie
de spijker
stoute
de twijfel
vuile
de vijver
de winkel
zoete
zwarte

Woordpakket 4
bonte
dwarse
de fietser
flauwe
de hamster
de leider
de mantel
het plaksel
de pleister
de polder
rijpe
schuine
trieste
wilde
wijde

Woordpakket 5
het boompje
het fluitje
het gangetje
het hokje
het laarsje
het lijntje
het muisje
het muurtje
het plaatje
het poesje
het rijtje
het ringetje
het tongetje
het traantje
het vorkje


Woordpakket 6
het brokje
het dwergje
het dingetje
het helmpje
het kersje
het klompje
het klusje
het lichtje
het mopje
het schermpje
het slangetje
het smaakje
het steeltje
het strikje
het tangetje


Woordpakket 7
bedenk
het bedrag
het eendje
het gebouw
het geheim
het geluk
het hartje
het hoedje
het kaartje
het katje
het paardje
het rondje
het veldje
de verkoop
het verzoek


Woordpakket 8
het bedrijf
het beeldje
het beestje
het bewijs
het gebaar
het gemak
het gevolg
het maantje
het mondje
het randje
het sliertje
het toetje
vergaan
het vervoer
het wondje

Woordpakket 9
alles
de appel
binnen
dikke
frisse
de herrie
jammer
de knikker
lekker
losse
de middag
natte
de schommel
de schutting
tussen

Woordpakket 10
botte
de elleboog
de ellende
de komkommer
laffe
lekke
maffe
de mossel
nette
de pudding
de spanning
stomme
tamme
vette
vlakke

Woordpakket 11
droge
gele
grote
de hamer
kapot
lege
nare
het probleem
rare
rode
samen
schone
de tekening
zaterdag
zeker

Woordpakket 12
de beloning
brede
gare
hele
het kabaal
kale
lage
de opening
de schade
schele
de tekenaar
het teken
trage
vage
zware

Woordpakket 13
het avontuur
blazen
boven
boze
de rover
duizend
geven
graven
grijze
de heuvel
kiezen
lezen
niezen
vieze
de wijzer

Woordpakket 14
beloven
beven
de bever
blozen
brave
gave
grazen
de kever
de oever
de overkant
razen
scheve
de verbazing
wijze
wijzen

Woordpakket 15
beginnen
beleven
beplakken
beslissen
bevallen
bewegen
geloven
genezen
verbazen
vergeten
verkopen
verlaten
verpakken
verslikken
vertrekken

Woordpakket 16
bedekken
begraven
bekennen
belonen
beroven
bevelen
bezetten
gebaren
gehoorzamen
verdunnen
verklaren
verraden
verzakken
verzetten
verzwikken

Woordpakket 17
de brandweer
eerder
eerste
horen
keren
kamperen
het kantoor
de koorts
de leerling
leren
ongeveer
de oorzaak
trakteren
het woord
zeer

Woordpakket 18
beweren
boren
de doorgang
de eer
het meervoud
de oorsprong
opsporen
het paspoort
repareren
het spoor
storen
teer
de voorwaarde
het weerbericht
de zeemeermin

Woordpakket 19
Afrika
de baby
de familie
juli
de kilometer
de limonade
de liter
de minuut
de olifant
de pagina
prima
de pyjama
de rivier
sorry
de televisie

Woordpakket 20
het artikel
de gitaar
de horizon
januari
de kritiek
lila
de minister
de muzikant
de piloot
de piramide
de pony
de sigaar
Suriname
de titel
de visite


Woordpakket 21
het bezempje
het boerinnetje
het dekentje
het holletje
het kammetje
het lammetje
het lepeltje
het mannetje
het pennetje
het plannetje
het schoteltje
het spinnetje
het sterretje
het tekeningetje
het vingertje


Woordpakket 22
het albumpje
het behangetje
het bolletje
het drempeltje
het gilletje
het gummetje
het hengeltje
het karretje
het kikkertje
het kommetje
het pilletje
het tonnetje
het velletje
het vissertje
het wekkertje

Woordpakket 23
de appelmoes
de dobbelsteen
de fluitketel
het fototoestel
de hotelkamer
de kerktoren
de kralenketting
de melkbeker
het middageten
de regeldruppel
het stapelbed
de supermarkt
het vogelnest
de waterkant
de zomerjurk

Woordpakket 24
de deuropening
het feestnummer
het hemelbed
de hoofdletter
de kanariekooi
de koektrommel
de luchtballon
de postbode
het stekelvarken
de tennissokken
de vloertegel
de vuurtoren
de wereldbol
de windmolen
de woonwagen


Woordpakket 25
aanbellen
achterblijven
afknippen
bijpraten
bovenkomen
doorlezen
instappen
opblazen
openmaken
opgeven
oplossen
oversteken
tegenkomen
teruggeven
uitkiezen


Woordpakket 26
aankomen
aanstaren
afblijven
aflikken
bijknippen
bovendrijven
doorzoeken
inbreken
openduwen
openzetten
opkomen
overnemen
tegenspreken
terugkeren
uitlaten


Woordpakket 27
aardig
de beleefdheid
bezig
de boosheid
de goedheid
jarig
kwalijk
lelijk
moeilijk
schuldig
de snelheid
stevig
twintig
vrolijk
de waarheid


Woordpakket 28
behoorlijk
de eenheid
gelukkig
gewoonlijk
de gezondheid
giftig
de hoeveelheid
letterlijk
natuurlijk
nuttig
sappig
de vrijheid
wanhopig
de zekerheid
zonnig


Woordpakket 29
bibberen
fluisteren
gisteren
klauteren
knikkeren
knutselen
kriebelen
luisteren
openen
regenen
schateren
schilderen
schommelen
tekenen
wandelen


Woordpakket 30
babbelen
berekenen
kletteren
knipperen
kronkelen
mompelen
naderen
ratelen
scharrelen
slenteren
slingeren
smikkelen
snuffelen
stamelen
wikkelen


Woordpakket 31
belachelijk
giechelen
houden
de huisvrouw
keihard
kuchen
lachen
het lichaam
lauw
de regenpijp
strijken
het tapijt
voorbij
vrouwen
de wenkbrauw


Woordpakket 32
het applaus
benauwd
de chaos
de echo
het feit
goochelen
het jochie
de juffrouw
de pauw
de reiziger
de richel
de teil
de toeschouwer
verwijderen
de zijde


Woordpakket 33
behalve
dansen
durven
de halzen
de heksen
de kansen
kletsen
de mensen
omhelzen
plotseling
poetsen
de prinses
de rupsen
verven
de wensen


Woordpakket 34
bederven
bonzen
flitsen
de ganzen
glanzen
gonzen
de grenzen
grijnzen
de koetsen
morsen
het penseel
peinzen
de plaatsen
sterven
het voedsel


Woordpakket 35
beledigen
duidelijk
eindelijk
feestelijk
hongerig
huwelijk
kinderachtig
modderig
reusachtig
slaperig
uitnodigen
verdedigen
vreselijk
vriendelijk
zenuwachtig


Woordpakket 36
aankondigen
beschadigen
dadelijk
dromerig
hartelijk
ijverig
koortsachtig
leugenachtig
misselijk
redelijk
regenachtig
uiteindelijk
verantwoordelijk
vergiftigen
vermenigvuldigen


Woordpakket 37
aardiger
drukste
dunner
eerlijkste
gevaarlijker
goedkoper
harder
hoger
kouder
moeilijkste
nieuwer
oudste
schoonste
sterkste
vrolijker


Woordpakket 38
benauwder
beroemdste
breedste
deftigste
duidelijker
fraaiste
heerlijkste
kalmer
lafste
ondeugendste
rustiger
ruwer
smaller
trager
vlugger


Woordpakket 39
het autootje
het baby'tje
het buiginkje
het fotootje
het kettinkje
het koninkje
het laatje
het leuninkje
het paginaatje
het parapluutje
het pindaatje
het schuttinkje
het slaatje
het sluitinkje
het verrassinkje


Woordpakket 40
het afbeeldinkje
het agendaatje
het beloninkje
het kassaatje
het lolly'tje
het menuutje
het omaatje
het opaatje
het pony'tje
het puddinkje
het schemaatje
het stallinkje
het strootje
het versierinkje
het zebraatje